Robijn

De machtige ‘rubinus lapis’, rode steen, ofwel robijn, is zonder twijfel een van de mooiste edelstenen van de edelstenenwereld. De robijn is de filmster waar iedereen van wil houden. Deze oosterse ‘edelsteen van de zon’ stond ooit bij de Indiërs bekend als ‘ratnaraj’, de koning van de edelstenen.

De kleur van de passie, liefde en romantiek. Het intense rood van de robijn heeft mensen altijd weten te intrigeren, betoveren en charmeren sinds deze 2500 jaar geleden ten tonele verscheen.

Thailand is het land waar 90 procent van alle robijnen in de wereld langskomen op hun reis naar bewonderaars overal op deze aardbol. De robijn is de ‘grote rode’ in het kwartet van de ‘grote vier’, naast de diamant, de smaragd en de saffier.

ROBIJN SIERADEN >

Naam

De naam 'robijn' is afgeleid van het Latijnse woord 'ruber', dat staat voor de kleur rood. Terwijl vele rode edelstenen voordat de wetenschappelijke gemmologie zich vanaf de 18e eeuw ontwikkelde 'robijn' werden genoemd, werden de robijn, granaat, spinel en andere rode edelstenen eerst geschaard onder het begrip 'carbunculus', wat 'kleine steenkool' betekent in het Latijn. De Grieken kenden deze edelstenen als 'anthrax' (gloeiende kolen), vanwege hun prachtige dieprode kleur, die leek op die van gloeiende kolen, wanneer ze tegen de zon werden gehouden.

Chemische samenstelling van robijn

Net als de saffier is de robijn een kleurvariëteit van het mineraal korund (een kristallijne aluminiumoxide), dat zijn naam ontleent aan het Sanskriet voor robijnen en saffieren, 'kuruvinda'. Allochromatische, dat wil zeggen gekleurde edelstenen van dit mineraal krijgen hun kleuren door chroom, ijzer en titanium – de robijn wordt meestal gekleurd door chroom. Bruine tinten ontstaan door ijzer.

Saffieren hebben soms ook wonderschone rode en oranje tinten (avondroodsaffier bijvoorbeeld), maar deze kleurtinten behoren niet tot het kleurenspectrum waaronder de robijn wordt geschaard. Korunden die bepaalde rode tinten hebben, noemen we robijnen. Maar zelfs de zuiverste robijn is slechts voor 80 procent puur rood en heeft ook secundaire oranje, roze, lila of violette tinten.

Herkomst

Robijnen uit Sri Lanka zouden al zo vroeg als 480 v. Chr. zijn gebruikt door de Grieken en Romeinen. Sri Lanka is daarmee een van de oudste bekende afzettingen. De klassieke oorsprong van robijn bevindt zich echter in de Mogok-vallei in het noorden van Centraal-Birma. Tegenwoordig wordt er ook robijn gewonnen in de Mong Hsu-mijn in het noordoosten van Birma. Dit land, dat vanwege de klassieke kleur en doorzichtigheid van zijn robijnen nog steeds wordt gezien als een van 's werelds beste, zo niet de beste, bronnen voor robijnen, is zo nauw verbonden met robijnen dat 'Heer der Robijnen' een van de titels van de koningen van Birma was. Andere bronnen voor robijnen zijn Afghanistan, China, India, Cambodja, Kenia, Madagaskar, Mozambique, Pakistan, Sri Lanka, Tanzania, Thailand en Vietnam.

Malawi Robijn
Mozambique Robijn

Geschiedenis van robijn

De geboortesteen van de maand juli, ook bekend als 'ratnaraj', de koning van de edelstenen, belichaamt hartstocht, liefde en romantiek. Van oudsher gaat deze steen ook gepaard met talrijke mythes. Zo zagen de Indiërs uit de oudheid in de robijn een onvergankelijk innerlijk vuur dat kon zorgen voor een lang leven. Afgezien van het feit dat ze geluk in het spel zouden brengen, geloofde men in de middeleeuwen dat robijnen – net als vele andere edelstenen – voorspellende krachten bezaten en donkerder werden als er onheil dreigde. In Birma droeg men robijnen als talisman ter bescherming tegen ziekte, ongeluk en verwondingen en stonden ze ooit bekend als 'bloeddruppels van het hart van moeder aarde'. In de 19e eeuw schreef Ralph Waldo Emerson een gedicht waarin hij robijn omschreef als "druppels bevroren wijn uit het overlopende vat van Eden" en "harten van vrienden, voor vrienden nog onbekend".

Eigenschappen van robijn

De robijn is een van de duurste en zeldzaamste van de bekende edelstenen, veel zeldzamer dan diamant. Vooral de pure rode stenen zijn zeer beperkt verkrijgbaar. Als ze ook nog zeer helder zijn, wordt een dergelijke waardevolle robijn van hoge kwaliteit dan ook aangeduid met het voorvoegsel 'AAA'. Als een dichroïsche (tweekleurige: paarsig rood en oranjerood) of pleochroïsche edelsteen zal zelfs de 'zuiverste' robijn nog steeds voor slechts circa 80 procent puur rood zijn, met secundaire hinten van oranje, roze, paars en violet. Heldere robijnen zonder zichtbare insluitingen zijn zo goed als niet verkrijgbaar. Net als bij alexandriet en smaragd is chroom verantwoordelijk voor het merendeel van de insluitingen. Zowel robijnen als saffieren worden geclassificeerd als type II-edelstenen (stenen met meestal enkele kleine insluitingen die zichtbaar kunnen zijn voor het oog), maar robijnen hebben doorgaans meer insluitingen en zijn kleiner. Kleine microscopisch insluitingen (ook wel 'zijde' genoemd) geven sommige robijnen een 'slaperig' uiterlijk en vergroten de schoonheid en waarde van deze stenen.

Normaal gesproken is de robijn op zijn mooist in natuurlijk licht of onder een witte lichtbron, de meeste exemplaren vertonen in natuurlijk licht bovendien een sterke, gloeiende elektrisch-rode fluorescentie.

Hoewel de robijn tot de duurste edelstenen ter wereld behoort, moeten we hierbij natuurlijk niet vergeten dat (zoals altijd) zijn kwaliteit uiteindelijk de prijs bepaalt. Voor de robijn zijn de intensiteit en puurheid van zijn kenmerkende rode kleur doorslaggevend voor zijn waarde. Het ‘pure rood’ is weliswaar de Heilige Graal voor de robijn, maar dit komt slechts zelden voor.

Orissa Ster Robijn
18 karaat gouden ring met robijn

Tot het begin van de 20e eeuw bestond er van oudsher een neiging om rubelliet en robijn met elkaar te verwarren.

De Tanzania-robijn, ook bekend als de Songea-robijn, is afkomstig uit een afzetting die recentelijk in 1992 is ontdekt en net buiten de stad Songea in Tanzania ligt. Het ‘AAA’-voorvoegsel wordt soms gebruikt om de hoogste kwaliteit aan te duiden

Als een dichroïsche (tweekleurige: paarsig rood en oranjerood) pleochroïsche edelsteen zal zelfs de ‘mooiste’ robijn nog steeds voor slechts zo’n 80 procent puur rood zijn, met secundaire tinten van oranje, roze, paars en violet. Bij robijn is kleurvoorkeur extreem subjectief en zelfs experts zijn het oneens over wat het beste is. Het volgen van het betrouwbare Goudhaartje-principe (niet te donker, niet te licht, maar precies goed) is goed advies, zeker wanneer je probeert vat te krijgen op paradigma’s en prijzen. Intense heldere kleuren zijn hierbij weliswaar het gelukkige midden en het ideaal op de marktplaats, maar vergeet niet naar je hart te luisteren. Robijn dat te donker (granaat-achtig) is, te licht, te oranje, of te paars, zal hiernaar geprijsd worden. Het probleem zit hem er echter in, hoe donker, licht of secundair-gekleurd een robijn mag zijn. Hierover lopen de meningen uiteen.

Daar waar sommigen de voorkeur geven aan een hint van violet of paars, wat zorgt voor hartverwarmende bordeauxrode tinten, daar prefereren anderen weer een beetje oranje. Van een vleugje oranje krijgt de robijn een echte kick, wat hem een stoer Ferrari-rood bezorgt. En tenslotte zijn er de mensen die zich laten verleiden tot de vaak onhaalbare perfectie van het klassieke brandweerwagenrood. Om de situatie nog verwarrender te maken: de minder intense tinten zien er vaak het beste uit bij omstandigheden met beperkt licht, zoals diners bij kaarslicht, een gelegenheid waarbij men vaak sieraden draagt.

Vaak geven mensen de voorkeur aan een rijker karmozijn (donkerrood), zolang zijn facettering het schitterende flitsen van rood verschaft. Een andere belangrijke overweging bij het bepalen van de waarde van een robijn is de esthetische impact van oneffenheden in de kleur (als gevolg van de locatie van de kleur in het kristal in verhouding tot de facettering van de steen) en van plekken waar de kleuren, wanneer van bovenaf bekeken, teveel zijn verbleekt (doorgaans door een te ondiep paviljoen). Let ook op hoe de doorzichtigheid en insluitingen de schoonheid van de kleur van de robijn en, daaraan gelinkt, zijn waarde beïnvloeden. Idealiter zouden de kleuren van een edelsteen mooi moeten blijven bij elke lichtbron, maar robijnen zien er doorgaans op hun best uit wanneer men ze buiten bekijkt in natuurlijk licht of onder kunstlicht. Dit is precies het tegenovergestelde van zijn korund-neefje, de blauwe saffier, die kunstlicht verafschuwt. De meeste robijnen vertonen een sterk gloeiende elektrisch-rode fluorescentie in natuurlijk licht en, samen met zijde verzacht dit de impact van donkere plekjes die zichtbaar zijn wanneer je de steen van bovenaf bekijkt (uitdoving). Bij robijnen uit Thailand, Cambodja en Tanzania (Songea) is geen sterke fluorescentie aanwezig door de aanwezigheid van relatief veel ijzer. Dit doet echter niet noodzakelijkerwijs iets af aan deze edelstenen of hun schoonheid. Uiteindelijk wordt de schoonheid van een steen bepaald door persoonlijke voorkeur, maar uiteraard speelt het budget van de koper ook een belangrijke rol. Enkele oude benamingen voor sommige kleuren van robijn zijn enigszins smerig. Zo zijn er ‘duivenbloedrood’ (een zeldzame en waardevolle kleur van robijnen in Birma) en ‘runderbloedrood’ (rijkere tinten rood, die wellicht wat doen denken aan rode granaten). Maar deze benamingen zijn vrijwel volledig in onbruik geraakt.

Chroom is het element dat sommige robijnen hun karakteristieke rode kleuren geeft, maar wat betreft zuiverheid is dit een dubbelsnijdend zwaard. Net als bij alexandriet en smaragd biedt chroom tevens het ‘ideale’ scenario voor de vorming van insluitingen. Zowel robijnen als saffieren worden geclassificeerd als Type II-edelstenen (stenen met meestal enkele kleine insluitingen die zichtbaar kunnen zijn voor het oog), maar robijnen hebben doorgaans meer insluitingen en zijn kleiner. Een edelsteen die ‘schoon voor het oog’ is (zonder zichtbare insluitingen wanneer de steen vanaf 15 centimeter wordt bekeken met het blote oog), is weliswaar wenselijk, maar uiteindelijk kan de tolerantie van insluitingen het beste worden overgelaten aan uw eigen voorkeur. Zolang u maar in uw overweging meeneemt hoe zuiverheid de kleur en schoonheid van een robijn beïnvloedt.

korund
Tanzania-Robijn

Vergeet niet dat in de natuur perfectie een waarlijk schaars goed is: een robijn die ‘schoon voor het oog’ is, is extreem zeldzaam. Zodra u een kleur heeft gekozen, zoekt u naar een goede vorm en algeheel voorkomen. Een robijn van goede kwaliteit van meer dan 3 karaat is al uiterst moeilijk om te vinden, maar heb je er één van meer dan 5 karaat, dan heb je een ware trofee in handen. Hoewel ovalen het meest voorkomen, zijn robijnen verkrijgbaar in een enorm scala aan vormen en slijpsels. Robijnen worden ook in cabochon geslepen, niet alleen voor de stervariëteiten, maar ook voor exemplaren wiens zuiverheid ze ongeschikt maakt voor een facet-slijpsel. Sri Lanka mag dan de oudste bron zijn, maar de klassieke oorsprong van robijn bevindt zich in de Mogok-vallei in het noorden van Centraal-Birma. Tegenwoordig wordt er ook robijn gewonnen in de Möng Hsu-mijn in het noordoosten van Birma. Birma wordt nog steeds gezien als ’s werelds beste bron vanwege de klassieke kleuren van zijn robijnen (lichaamskleur en fluorescentie) en hun doorzichtigheid. Birma was ooit zo synoniem met robijnen dat ‘Heer der Robijnen’ één van de titels was van de oude koningen van Birma. Andere bronnen voor robijnen omvatten Afghanistan, Cambodja, China, India, Kenia, Madagaskar, Mozambique, Pakistan, Sri Lanka, Tanzania, Thailand en Vietnam.

In zijn boek ‘De wonderen van de Oriënt’ schreef de beroemde wereldreiziger Marco Polo in de 13e eeuw “Op dit eiland (Sri Lanka) ontstaan edele en goede robijnen... En ik zeg u dat de koning van dit eiland de mooiste robijn ter wereld heeft die ooit te zien is geweest... Hij is bijna een palm lang en wel zo dik als de arm van een man; het is het schitterendste wat er waar ook ter wereld bestaat; hij heeft geen enkele vlek... (en) is vuurrood”.

Robijnvariëteiten

De begeerde AAA-Tanzaniaanse robijn is indrukwekkend door zijn unieke zuiverheid. Helaas komt hij meestal alleen voor in kleine grootten. Een voordeliger alternatief is de robijn uit Madagaskar, die een zijdeachtige glans vertoont en zich zou kunnen ontwikkelen tot marktstandaard.

Robijnen kunnen bijzondere optische effecten vertonen: asterisme (stereffect) of chatoyance (kattenoogeffect). Lange, naaldvormige en parallel lopende insluitingen (rutielnaalden) in de robijn reflecteren het licht in de vorm van een spleetvormige kattenpupil of een ster, zolang de insluitingen in ten minste twee verschillende richtingen lopen. Een goed geslepen sterrobijn heeft een duidelijk zichtbare ster en rechte stralen in een gelijke afstand ten opzichte van elkaar. Zes stralen is de norm, maar sterren met twaalf stralen komen ook voor. Alle ster- of kattenoogrobijnen worden in cabochon (convexe, sterk gepolijste vorm zonder facetten) geslepen. De optische fenomenen zijn het best zichtbaar onder een directe, enkele lichtstraal.

Verzorging van robijn

Robijn kan op normale wijze worden gereinigd middels stoomreiniging of ultrasone reiniging. Het vulmateriaal in holle ruimtes, gaten, scheuren en/of open breuken is gevoeliger voor krassen en kan gemakkelijker beschadigd raken door hitte of chemicaliën dan de edelsteen zelf.

Nu u de fijne kneepjes voor het beoordelen van de kwaliteit van een robijn beheerst, kunt u zich alleen maar voorstellen wat het prijskaartje voor deze edelsteen zou zijn geweest als hij nu nog zou bestaan. De robijn, één van de meest verleidelijke van alle edelstenen, is al sinds de oudheid de schoonheidskoningin onder hen. En of u nu een miljardair bent of een koopjesjager, er is er één voor iedereen.

Robijn ring met stereffect

Sieraden met robijn

Robijnsieraden in de online shop >

Naar boven
Nieuw

Het nieuwste uit de Wereld van Edelstenen

Begoña Florido
Edelstenen hoe kies je een edelsteen?

29. juni 2018

edelstenen

Edelstenen zijn een wonder van de natuur en ontstaan op verschillende manieren. Maar wat bepaalt de kleur van een edelsteen? En hoe kies je een...
Lees verder →

Nu op TV:

14:30Designer Outlet
19:00Designer Outlet
00:00Designer Outlet